De bespreking van de begroting zou gelegenheid moeten geven om het tot op heden gevoerde beleid en datgene wat ons verder wordt voorgesteld aan een kritische kijk te onderwerpen. Dit kan echter alleen op basis van wat meer dan de cijfergegevens die ons nu werden voorgekauwd. Het geluk is echter aan onze zijde : we hebben immers toch nog een kapstok toegeworpen gekregen waaraan we onze kritiek kunnen ophangen : de nieuwjaarstoespraak van de burgemeester op 10 januari jl..
In tegenstelling tot wat ik persoonlijk gedurende 18 jaar heb meegemaakt is tegenwoordig een nieuwjaarsboodschap minder een gelegenheid voor de burgemeester om het personeel in de bloemetjes te zetten dan wel om het licht te werpen op zichzelf, zijn verwezenlijkingen en zijn plannen. Wellicht is dit de vertaling van “Anders en eigentijds”
Het geeft ons wel de gelegenheid om nog eens ten aanval te trekken tegen de vele zwakke plekken die deze meerderheid ons aanbiedt.
Eerst en vooral is er nog steeds het democratisch deficit van het huidig beleid : niet alleen wij hebben de indruk dat in Turnhout niets nog beweegt zonder de zegen van de burgemeester. In plaats van zijn taak als burgervader en ploegleider op te nemen ziet iedereen duidelijk dat in de belangrijke dossiers (Stadspark, Brepols, Blairon, Ziekenhuis) om er een paar te noemen) het de burgemeester is die voor en achter de coulissen de touwtjes van zijn college stevig in handen heeft. De talrijke bezoeken aan de Chinese Volksrepubliek hebben volgens ons geen deugd gedaan aan de democratische reflexen van deze stadsmandarijn. Ooit had de Turnhoutse burger de illusie dat hij meer te zeggen had dan om de zes jaar naar de stembus te trekken. De nuchtere politieke werkelijkheid is dat zijn inspraak in de besluitvorming beperkt blijft tot de kleur van zijn stoeptegels.
Het is te midden van dit democratisch deficit dat meer en meer duidelijk wordt dat Turnhout, in plaats van uit te groeien tot een bruisende en leefbare stad voor zijn inwoners, afglijdt naar de status van provincienest waar sommige nostalgische burgers zich met enige heimwee nog herinneren dat Turnhout ooit een culturele en maatschappelijke voorbeeldfunctie had voor gans Vlaanderen. En dit meer ondanks dan dankzij haar bestuurders. Het moet uw voorgangers zoals ik ze gekend heb wel nagegeven worden : zijn hadden de ruimte mogelijk gemaakt voor de creatieve Turnhoutenaar. Het ging met horten en stoten, het debat werd scherp gevoerd, de publieke opinie kon zich opwarmen aan woord en wederwoord, de burger moeide zich terdege, ook met de problemen die zich niet vlak voor zijn voordeur plaatsvonden. Het is het nu opgelegde gebrek aan creatieve ruimte, deze opgelegde benepenheid en niet een andere tijdsgeest die de uitingen van maatschappelijke bewogen-heid vandaag in de kiem smoort.
De voorbeelden van deze trend zijn voor het rapen.
Vooraleer er maar enige discussie met mogelijk andersdenkenden werd aangegaan, zonder maar enige inspraak van de gebruikers van de stedelijke diensten (de burgers zelf) was de verhuis naar Blairon in feite beslist. Een voorafgaandelijke open discussie in commissie en/of gemeenteraad werd door de meerderheid als lastig en in feite overbodig ervaren. Het was van « wij hebben ons gedacht, U dat van U, wij hebben de meerderheid » en daarmee was de kous af. Geen enkele poging om de discussie open te trekken, geen zoektocht naar alternatieven die lastig zouden zijn voor andere plannetjes (Brepols). Niet het cliënteel, niet het centrumgebeuren en de gevolgen voor de middenstand waren de uitgangspunten, wel de financiële moeilijkheden van NV Blairon en de verzuchtingen van verblinde bestuurders die hun nieuwe kantoren al mentaal hadden ingericht met onze centen. Met enig creatief denken, met zin voor verhoudingen, met zicht op de schaal van Turnhout, met werkelijke aandacht voor de commerciële leegstand in het centrum, met anders en eigentijds handelen, had een historische blunder van formaat kunnen vermeden worden.
Een tweede voorbeeld van het democratisch deficit zij de plannen voor het voetbalstadion in het Stadspark.
Niet een door de Turnhoutse bevolking begrepen en gedragen behoefte ligt aan de grondslag van de intenties van dit college maar het lobbywerk van een bedrijfsleider/voorzitter en het al te bereidwillige oor en het ego van de burgemeester. De hobby van een bevriende bedrijfsleider is blijkbaar belangrijker dan de bekommernis van vele Turnhoutse mensen die hoe dan ook niet willen dat er nog verder geraakt wordt aan hun Stadspark. Ook op dit vlak is het duidelijk dat niet een schepen van sport of van ruimtelijke ordening aan de touwtjes trekt maar deze touwtjes krijgt aangereikt door één man. Het moet niet prettig schepen zijn in een college waarin men enkel als loopjongen functioneert van de burgermeester en dit in de hoop van in 2006 op de eerste rij te staan waar het wellicht dringen wordt.
Een voorbeeld van de enge visie op eigentijds en anders was het onderdeel van de toespraak waar de burgemeester het had over het feit dat « Turnhout weer op de kaart » was geplaatst.
Naast de vergetelheid door niet te melden dat de financiële erkenning als centrumstad te danken was aan de huidige Vlaamse regering (al wat er van Brussel bij komt is te danken aan de eigen inspanningen, al er wat wordt verminderd is te wijten aan de paarse regeringen) waren de verwijzingen naar de “Vrij-dagen” en het succes van Helmut Lotti het summum van egocentrisme en gebrek aan perspectief. Niet meer een bloeiende Warande, niet meer de vele festivals zijn voor deze burgemeester belangrijk maar het brood en de spelen die door hemzelf als een eigenhandig Godsgeschenk aan de stad worden aangeboden. De Vrij-dagen is een interessant gebeuren, de horeca mag van ons aan haar trekken komen en Helmut Lotti is voor velen best een leuke avond maar maak er aub geen waardemeter van waaraan je afmeet of je als stad op de goede weg bent als op hetzelfde moment andere festivals op apegapen liggen..
Het is allemaal tekenend voor de huidige politieke cultuur en de aanpak van de problemen in deze stad. De oplossingen die de meerderheid ons voorstelt worden uitgedokterd in achterkamers, in sportkantines en op terrassen. Uitstraling staat gelijk aan een partnerschap met een regime dat van mensenrechten nog niet heeft gehoord of met het succes van een biertent. Als het maar brood op de plank brengt en als men maar goed op de foto staat.
Wij hopen dat voor deze stad andere tijden zijn weggelegd: dat de bevolking opnieuw trek krijgt in wat er reilt en zeilt in deze stad ; dat jongeren ook actie voeren voor hun tewerkstelling naast hun ontspanning ; dat er ooit kan gezegd worden « wij voorzien 1.500 sociale woningen » i.p.v. « wij voorzien 1.500 nieuwe woongelegenheden voor de tweeverdieners » ; dat ooit de culturele festivals dezelfde patroonheilige krijgen als de Vrij-dagen ; dat de bekommernis van alle politici verder strekt dan hun eigen ego ; dat Turnhout het niet anders maar gewoon goed doet en het eigentijdse zich vertaalt in een stad waar de mensen niet alleen komen voor te werken of te winkelen maar aangetrokken worden om er te wonen in een open maatschappelijk klimaat waar initiatief en inspraak niet gesmoord wordt maar een geïnteresseerd gehoor krijgt, waar de bestuurders hun bevolking aanzetten tot creatief denken en handelen, waar zieken en sociaal zwakkeren geconfronteerd worden met betrokken bestuurders i.p.v. de slippendragers van de financiers, waar de intelligentsia niet het gevoel krijgt tot een beschermde minderheid te behoren; kortom ooit zou het een Stad voor de Mens kunnen worden.
Nu moeten we het nog stellen met deze bestuurders en dit beleid. Wij weten van onszelf dat we niet de waarheid in pacht hebben maar van één ding zijn we zeker: de arrogantie van de macht van deze meerheid die haar 21ste jaar is ingegaan heeft er nooit zo dik opgelegen als nu. Het is dan ook onze plicht als mandataris om deze meerderheid en haar beleid het leven zo moeilijk mogelijk te maken en wegen te vinden om dit te duiden. Het volgend werkjaar zal ons -vermoedelijk meer dan ons en U lief is- daartoe te kans geven.