Een ‘verliesgarantiefonds’ om culturele initiatieven te ondersteunen?
Onze burgemeester heeft aan het schepencollege gevraagd om in de eerstvolgende begrotingswijziging 25.000 Euro (1 miljoen frank) in te schrijven. Dit om de materiële kosten (podia, geluid, licht, tent,…) van de Vrij-Dagen te kunnen financieren. Het schepencollege is daarmee principieel akkoord gegaan.
Agalev-Turnhout heeft ‘principiële’ bezwaren bij deze beslissing. De Vrij-Dagen zijn een privé-initiatief en het mag dus geen voorkeursbehandeling krijgen. Hoe komt het dat het stadsbestuur hiervoor wel de nodige euro’s veiL heeft , terwijl er geen geld lijkt te zijn voor relatief kleine investeringen. Een voorbeeld: de jeugdraad vraagt al geruime tijd dat de zuilen waarop jeugdverenigingen hun affiches plakken, ‘afdakjes’ zouden krijgen. Nu worden de affiches bij de minste regenbui gewoon weggespoeld. Hun vraag valt in dovemansoren.
Dat het stadsbestuur waardevolle culturele activiteiten wil ondersteuenen, stoort Agalev-Turnhout niet. De Vrij-Dagen is zo’n initiatief, maar er zijn er in deze stad nog wel meer. We vernoemen de Stripgidsdagen, het filmfestival Focus op het Zuiden, het wereldmuziekfestival Open Tropen, het fotofestival Fofetu… Allen hebben een supra-regionale, soms zelfs nationale of internationale uitstraling.
Agalev-Turnhout vraagt dat het stadsbestuur een ‘verliesgarantiefonds’ in het leven zou roepen waaruit deze - en eventueel andere - initiatieven zouden kunnen putten wanneer zij om een of andere reden (slecht weer bijvoorbeeld!) de eindjes niet aan mekaar zouden kunnen knopen.
Als Turnhout zo’n fonds zou oprichten hebben wij er zelfs geen bezwaar tegen dat het bedrag dat daarvoor wordt vrijgemaakt hoger zou liggen dan de 25.000 Euro die nu toegezegd zou worden aan de Vrij-Dagen.
Tenslotte ligt het voor de hand dat risicovolle, avontuurlijke en minder commerciële initiatieven positief gediscrimineerd moeten worden in vergelijking met initiatieven die artistiek ‘op veilig’ spelen. Zoniet creëert het Turnhoutse stadsbestuur een oneerlijke concurrentie in vergelijking met de commerciële amusementssector.

