Er is in Turnhout geen plaats voor speelautomatenhallen.
Volgens de Wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers, komt de stad Turnhout in aanmerking voor de inrichting van twee kansspelinrichtingen klasse II, gekend als ‘speelautomatenhallen’. Alvorens dergelijke inrichtingen een vergunning krijgen van de kansspelcommissie, dient er voorafgaandelijk een convenant gesloten te worden tussen de gemeente en de (kandidaat-)uitbater van de inrichting. De beslissing om een dergelijke convenant te sluiten, behoort tot de discretionaire bevoegdheid van de gemeente. (art.34 W.07/05/1999)
Het gemeentebestuur van Turnhout kan dus zelf beslissen of zij dergelijke speelautomatenhallen in haar stad wenst. Indien zij weigert een convenant af te sluiten, zal er geen speelautomatenhal kunnen geopend worden in Turnhout.
AGALEV-Turnhout is van oordeel dat de inrichting van speelautomatenhallen in de stad Turnhout niet wenselijk is, en adviseert het gemeentebestuur dan ook om niet over te gaan tot het afsluiten van enige convenant met een kandidaat-uitbater.
Dit standpunt is ingegeven door de vaststellingen dat speelautomaten een bijzondere aantrekkingskracht uitoefenen op jongeren en kansarmen, een ‘lage instapdrempel’ hebben en een hoog risico op verslaving met zich brengen.
Wij baseren ons hierbij op onderzoeksresultaten uit Nederland (maar zeker extrapoleerbaar naar België) en op rapporten uit de eigen regio. Hiernavolgend zullen de belangrijkste elementen uit deze rapporten aangehaald worden.
Risico-analyse kansspelen. Een onderzoek naar kansspelen en verslaving in Nederland. KUB in opdracht van het ministerie van WVC.
– Onderzoeker S. Kingma – Verschenen : Tilburg, 1993.
In 1993 werd in opdracht van de Nederlandse overheid een uitgebreid onderzoek gedaan naar kansspelen en verslaving. Hierbij werden alle types van legale kansspelen (casino, lotto, speelautomaten etc.) onderzocht op hun marktaandeel en risicovol karakter.
Het marktaandeel van de speelautomaten was relatief klein (slechts 7% van de ondervraagden had er wel eens mee gespeeld), doch van dit kleine publiek speelde wel bijna de helft op regelmatige basis (maandelijks of vaker).
Ook werd vastgesteld dat het fenomeen van “meer uitgeven dan men van plan was” duidelijk meer voorkwam bij casinobezoekers of automaatspelers dan bij deelnemers aan een loterij of bingo.
Met betrekking tot de leeftijden, viel tijdens het onderzoek op dat de speelautomaat het enige kansspel is dat onder tieners populariteit geniet : 25% van het automatenpubliek is jonger dan 20 jaar.
De onderzoekers rekenen de speelautomaten dan ook tot de risicovolle kansspelen. Bij de speelautomaten schuilt er een risico in de korte beslissingstijd, de mogelijkheid van herhaald inzetten en langdurig spelen. Anders dan bij casinospelen wordt dit risico nauwelijks geneutraliseerd door een gezelligheidsaspect, en voor een minderheid van de spelers wordt het risico zelfs vergroot door negatieve motivaties van ‘verveling’ of ‘afleiding’. Het winstaspect vormt bij speelautomaten een risicofactor van betekenis. Het verliespercentage is weliswaar gematigd, maar leidt bij herhaald inzetten toch tot een verlies van gemiddeld 50 gulden per uur. Een relatief groot aantal automaatspelers (33%) stelt het winstmotief voorop.
Dat de speelautomaten een hoog verslavingsrisico in zich dragen, blijkt ook uit het gegeven dat van de aan kansspelen verslaafde Nederlanders 73% op de speelautomaten speelt. Ongeveer 70% van de gokverslaafden krijgt te maken met sociale en/of financiële problemen ten gevolge van die verslaving.
Tot slot stelt het Nederlandse onderzoek ook vast dat vrij algemeen de jeugd wordt aangemerkt als een risicocategorie voor kansspelen, met name voor fruitautomaten, niet zozeer omdat kansspelverslaving overwegend onder jeugd wordt aangetroffen, maar meer omdat een intensieve deelname aan kansspelen op jeugdige leeftijd eerder en indringender zou kunnen leiden tot een verslaving. Onderzoek onder ‘recreatieve’ en ‘problematische’ automaatspelers wijst uit dat de automaten inderdaad veelvuldig door jeugd worden bespeeld en dat onder hen ook ‘overmatig’ en ‘verslaafd’ speelgedrag voorkomt. Ook uit scholierenonderzoeken blijkt dat de speelautomaat onder jeugdigen populariteit geniet.
Bevraging van de leerlingen in het kader van een drugbeleid op school. Stedelijk
Rapport Turnhout 2000. – Onderzoek uitgevoerd door de Vereniging voor
Alcohol- en andere Drugproblemen.
Dit rapport is de weergave van een anonieme enquête in 11 scholen uit de regio Turnhout, gehouden in de periode november 1999 – januari 2000. In totaal hebben 6.181 leerlingen de vragenlijst ingevuld, waarbij een gemiddelde leeftijd werd genoteerd van 15,3 jaar voor de jongens en 15,1 jaar voor de meisjes. Er werden niet alleen vragen gesteld over alcohol- of druggebruik, maar ook over gokken.
Vastgesteld werd dat 35,6% van de bevraagde jongeren al ooit op speelautomaten had gespeeld. Turnhout sluit hiermee aan bij het Vlaams gemiddelde, vastgesteld in 1999 (34,5%).
Rekening houdend met de relatief jonge gemiddelde leeftijd van de ondervraagde jongeren, is dit percentage echter toch zeer hoog te noemen.
Van deze jongeren, zijn er 12,6% die maandelijks op speelautomaten spelen, 13,6% die dit wekelijks doen en 2,1% die dagelijks spelen.
In absolute cijfers betekent dit dat in Turnhout 279 jongeren maandelijks spelen, 301 jongeren wekelijks en 46 jongeren dagelijks.
Het meest wordt op speelautomaten gespeeld tijdens het weekend (55,2%) en tijdens de kermisperiode (58,1%), en dan vooral in cafés (66,4%), in lunaparken (45,1%) en op de kermis (50,2%).
Bij deze cijfers dient wel opgemerkt te worden dat deze enquête gehouden werd op een moment dat de ‘slots’ in de cafés nog niet verboden waren.
Het Straathoekwerk Turnhout stelt overigens vast dat de jongeren zelf zeggen dat ze blij zijn dat de slots verdwenen zijn uit de cafés, aangezien nu de verleiding om te spelen minder groot is.
Uit al deze onderzoeksresultaten blijkt dus duidelijk de grote aantrekkingskracht van speelautomaten op jongeren, en het grote verslavende effect van dergelijke automaten.
De beschermingsmaatregelen die de wetgever voorziet voor de gebruikers, lijken ons daarbij niet voldoende garanties te bieden.
Het toegangsverbod voor jongeren onder de 21 jaar (art.54§1 van de nieuwe wet) en de verplichte inschrijving van de bezoekers in een register (art.62) zijn zeer mooi in theorie, maar de vraag stelt zich naar de reële mogelijkheden voor onze politiediensten om deze voorwaarden voldoende regelmatig en grondig te kunnen blijven controleren. De praktijk heeft immers geleerd dat ook het vóór de wetswijziging van kracht zijnde toegangsverbod voor minderjarigen nauwelijks gerespecteerd werd door de uitbaters van de lunaparken.
Zo stellen de straathoekwerkers in de Straatsignaalnota 3/99 vast “dat heel wat minderjarigen (zelfs enkele min-tien-jarigen) vrije toegang krijgen tot zowel prostitutiepanden, lunaparken als andere (al dan niet dubieuze) discotheken en horecazaken. Er hangen aan de ingang dan wel verbodsmededelingen m.b.t. –18jarigen, maar die worden door geen enkele partij (jongere, portier, uitbater, eigenaar) gerespecteerd.”
Nu de verleiding van de slots in de cafés is verdwenen, moeten geen nieuwe attractiepolen in de stad voorzien worden.
Bovendien blijft het serveren van dranken en maaltijden in de speelautomatenhallen toegelaten (art.60 verbiedt enkel het kosteloos aanbieden hiervan), zodat het risico dat de speelautomatenhallen een ontmoetingsplaats en ‘rondhangplaats’ gaan worden nog vergroot.
Tenslotte maakt ook de specifieke plaatsgesteldheid van Turnhout de inrichting van speelautomatenhallen niet wenselijk. Art.36.4 stelt immers dat een dergelijke inrichting niet mag gevestigd worden in de nabijheid van onderwijsinstellingen, ziekenhuizen, plaatsen die vooral door jongeren bezocht worden, plaatsen waar erediensten worden gehouden en gevangenissen.
Turnhout is echter een centrumstad met een zeer hoge concentratie aan scholen (en kerken) in de binnenstad. Het inrichten van een speelautomatenhal in het centrum van Turnhout is dus niet mogelijk. En het vestigen van een dergelijke inrichting in de buitenwijken is zeker niet wenselijk, aangezien de sociale controle dan minimaal wordt, en bijgevolg het risico op aantrekking van jongeren en minderjarigen nog sterk verhoogt.
AGALEV-Turnhout is dan ook de overtuigde mening toegedaan dat er in Turnhout geen plaats is voor speelautomatenhallen.
Wij vragen het College van Burgemeester en Schepenen om de in deze nota aangehaalde argumenten met nauwlettendheid te willen onderzoeken, en bijgevolg het besluit te willen nemen om niet over te gaan tot het afsluiten van enige convenant met een kandidaat-uitbater van een kansspelinrichting klasse II.
Turnhout, 23 februari 2001
namens de AGALEV-fractie,
Sara BOOGERS
Groen! Turnhout is gegroeid uit de stadspartij Stad Voor De Mens. in 1976 was Stad Voor De Mens de eerste ecologische partij in België die deelnam aan de gemeenteraadsverkiezingen. In 1988 trokken we als Agalev naar de kiezer, sinds 2003 werken we onder de naam Groen! Turnhout.
Een overzicht van mandatarissen en bestuursleden vind je 
